ECLI:NL:CRVB:2013:1723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor WAO-functie bevestigd
Appellant ontving sinds 31 augustus 2005 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Na een heronderzoek in februari 2011 bleek dat appellant vanaf 1 oktober 2009 toegenomen arbeidsongeschikt was vanwege een andere aandoening, waarna het UWV de WAO-uitkering niet verhoogde maar een Ziektewetuitkering toekende.
Het UWV beëindigde bij besluit van 6 juni 2011 de Ziektewetuitkering met ingang van 13 juni 2011 omdat appellant geschikt werd geacht voor ten minste één van de hem geduide functies, waaronder heftruckchauffeur expeditie. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
Appellant voerde aan dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn psychische en lichamelijke klachten en dat de functieomschrijving niet overeenkwam met de praktijk. De Centrale Raad oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was, dat de belastbaarheid adequaat was beoordeeld en dat de bezwaararbeidsdeskundige overtuigend had aangetoond dat appellant de functie kon vervullen.
De Raad zag geen reden om een onafhankelijk deskundige in te schakelen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.