ECLI:NL:CRVB:2013:1692
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- R.E. Bakker
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid in 1972/1973
Appellant vroeg op 13 januari 2011 een WAO-uitkering aan met als eerste arbeidsongeschiktheidsdag 1972/1973. Het UWV wees dit verzoek af omdat uit medisch onderzoek bleek dat appellant niet voldeed aan de wachttijd van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid.
Appellant voerde aan dat hij ernstige fysieke en psychische beperkingen had, dat hij destijds ontheven was van sollicitatieplicht en dat hij door eerdere medische onderzoeken in het kader van een bijstandsuitkering arbeidsongeschikt was verklaard. Hij stelde dat het UWV onzorgvuldig handelde door geen aanvullend psychiatrisch onderzoek te laten verrichten.
De rechtbank verwierp deze gronden en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant onvoldoende medische gegevens had overgelegd om de arbeidsongeschiktheid in de jaren zeventig aannemelijk te maken. De Raad oordeelde dat het ontbreken van sollicitatieplicht niet relevant is voor de WAO-toets en legde het risico van het ontbreken van medische gegevens bij appellant.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in 1972/1973 onafgebroken arbeidsongeschikt was.