ECLI:NL:CRVB:2013:1642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- R.E. Bakker
- M.S.E. Wulffraat-Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-duurzame arbeidsongeschiktheid volgens Wet Wajong
Appellant diende een aanvraag in op grond van de Wet Wajong, waarbij het UWV besloot hem niet als duurzaam arbeidsongeschikt aan te merken, maar wel arbeidsondersteuning en inkomensondersteuning toe te kennen. Dit besluit was gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten waarin werd vastgesteld dat appellant forse beperkingen heeft, maar dat zijn situatie niet medisch stabiel of verslechterend is en dat er nog mogelijkheden tot arbeidsparticipatie bestaan.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen het besluit, stellende dat hij volledig arbeidsongeschikt is en dat het UWV zijn belangen niet goed heeft afgewogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd bevestigd dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en het besluit voldoende was gemotiveerd.
In hoger beroep betoogde appellant dat de arbeidsongeschiktheid wel duurzaam zou zijn en dat nader onderzoek nodig is. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellant niet duurzaam arbeidsongeschikt is, omdat zijn medische toestand nog kan verbeteren en hij participatiemogelijkheden heeft. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 september 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV dat appellant niet duurzaam arbeidsongeschikt is, wordt bevestigd.