ECLI:NL:CRVB:2013:1641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging vervoerskostenvoorziening Wmo wegens mogelijkheid gebruik AOV alleenreizend
Appellante kreeg een vervoerskostenvoorziening toegekend op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), maar het college beëindigde deze omdat zij geacht werd zelfstandig te kunnen reizen met het Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV), alleenreizend, direct en van deur tot deur.
De rechtbank oordeelde dat het medische advies waarop het college zich baseerde zorgvuldig was opgesteld en voldoende inzicht gaf in de overwegingen dat appellante met AOV kan reizen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychiater een contra-indicatie had gegeven vanwege fobische klachten die reizen met openbaar vervoer bemoeilijken.
De Raad stelde vast dat deze verklaring niet betrekking had op de aangeboden AOV-variant, maar op het reguliere openbaar vervoer. Nadere medische adviezen bevestigden dat appellante met de AOV-variant alleenreizend kan reizen. De Raad onderschreef de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de beëindiging van de voorziening stand hield.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de vervoerskostenvoorziening blijft gehandhaafd.