ECLI:NL:CRVB:2013:1625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onverantwoorde verkoop schip onder marktwaarde
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2001 en verkochten hun tjalkschip uit 1925 in 2010 voor €5.000,- aan hun dochter, terwijl de marktwaarde aanzienlijk hoger lag. Het college van burgemeester en wethouders stelde daarom de bijstand met ingang van 1 januari 2011 met 20% gedurende 36 maanden verlaagd wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Appellanten voerden aan dat de verkoop al in 2001 had plaatsgevonden en dat het schip toen niet meer tot hun vermogen behoorde. Zij leverden echter onvoldoende bewijs voor deze stelling, en het college kon de marktwaarde niet vaststellen vanwege het weigeren van toestemming voor taxatie. De Raad oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk maakten dat het schip eerder was verkocht en dat de verlaging terecht was opgelegd.
De Raad bevestigde dat de marktwaarde van het schip medio 2010 ten minste €50.000,- bedroeg, mede gebaseerd op een beschikking van het gerechtshof Leeuwarden en verklaringen van een havenmeester. De duur van de maatregel van 36 maanden werd als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 20% voor 36 maanden wordt bevestigd wegens onverantwoorde verkoop van het schip onder de marktwaarde.