ECLI:NL:CRVB:2013:1589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als groepsleider/teamleider, meldde zich ziek vanwege progressieve spierklachten en andere gezondheidsproblemen. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering vanaf 9 september 2010. Appellant betwistte dit, onder meer vanwege medicijngebruik met bijwerkingen en de geschiktheid van de voor hem geselecteerde functies.
Diverse deskundigen, waaronder verzekeringsartsen en een internist, onderzochten appellant en stelden een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op. De deskundigen kwamen tot de conclusie dat appellant beperkingen heeft, maar dat hij geschikt is voor bepaalde functies die de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 35% houden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het deskundigenrapport zorgvuldig, inzichtelijk en consistent is. Er waren geen gemotiveerde bezwaren tegen de medische beoordeling en de geschiktheid van de functies. De Raad onderschreef de eerdere oordelen en bevestigde de afwijzing van de WIA-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.