ECLI:NL:CRVB:2013:1399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten woninginrichting wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante keerde in juli 2010 terug naar haar woning na verblijf in Engeland en vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van woninginrichting. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die uit het inkomen moeten worden betaald, en er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken. Bovendien waren de goederen waarvoor bijstand werd gevraagd al aangeschaft vóór de aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij zij het standpunt van het college volgde dat geen bijzondere individuele omstandigheden aanwezig waren en de kosten zich ten tijde van de aanvraag niet voordeden. Appellante stelde in hoger beroep dat zij een lening van een vriendin had gekregen om de inrichting te financieren, maar kon het bestaan van een terugbetalingsverplichting niet aannemelijk maken.
De Raad oordeelde dat woninginrichtingskosten in principe uit het inkomen moeten worden betaald, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Aangezien appellante niet aannemelijk maakte dat er sprake was van een terugbetalingsverplichting voor de lening, en de kosten al gemaakt waren voor de aanvraag, was de afwijzing terecht. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt bevestigd wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het niet aannemelijk maken van een terugbetalingsverplichting.