ECLI:NL:CRVB:2013:1383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant diende op 28 februari 2011 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Almere. Hij verklaarde geen werk te hebben sinds mei 2010 en gaf één bankrekening op. Later bleek uit onderzoek dat appellant sinds maart 2006 in loondienst was bij een Duits bedrijf en een tweede bankrekening had waarop zijn salaris werd gestort.
Het college wees de aanvraag af op 10 mei 2011 vanwege onvoldoende en onjuiste informatie, omdat appellant zijn dienstverband en bankrekening niet had gemeld, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende en niet-verifieerbare informatie had verstrekt over zijn financiële situatie, waardoor niet kon worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. Ook het feit dat appellant later wel bijstand kreeg, deed hieraan niet af.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 23 juli 2013.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting.