ECLI:NL:CRVB:2013:1381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- E.J. Govaers
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 2001 een WAO-uitkering ontvangt, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn uitkering niet te herzien omdat er geen periode van vier weken is waarin sprake zou zijn van toegenomen arbeidsongeschiktheid. De rechtbank heeft een onafhankelijke psychiater benoemd die concludeerde dat appellant beperkingen ondervond zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 2005, maar dat hij in staat was om geselecteerde functies te verrichten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de interpretatie van het rapport van de psychiater onjuist was en dat hij gedurende een lange periode niet in staat was om arbeid te verrichten. De Raad overwoog dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige in beginsel moet worden gevolgd, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. In dit geval waren geen bijzondere omstandigheden aanwezig om van het deskundigenoordeel af te wijken.
De Raad concludeerde dat appellant geen medische gegevens had ingebracht die een ander beeld gaven van zijn arbeidsongeschiktheid. Er was geen periode van vier weken aan te wijzen waarin sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te herzien wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.