Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, woonachtig in Frankrijk en AOW-pensioenontvanger, werd door het College voor zorgverzekeringen (Cvz) als verdragsgerechtigde aangemerkt en kreeg een buitenlandbijdrage opgelegd op zijn Nederlandse pensioen. Hoewel appellant zich pas in februari 2010 inschreef bij het bevoegde orgaan CPAM in Frankrijk, stelde Cvz dat de bijdrageplicht vanaf 1 januari 2006 geldt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de buitenlandbijdrage ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door late informatie en inschrijving een particuliere ziektekostenverzekering moest afsluiten en dat Cvz de premies over 2008 moest vergoeden.
De Raad verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie (C-345/09) en benadrukt dat artikel 69 Zvw Pro imperatief is en geen ruimte laat voor vrijstelling bij late inschrijving. De handelswijze van CPAM kan Cvz niet binden. Er is geen grond voor vergoeding van ziektekosten. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De buitenlandbijdrage blijft verschuldigd ondanks late inschrijving; vergoeding van ziektekostenpremies wordt afgewezen.