ECLI:NL:CRVB:2013:1344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, werkzaam in de vleesindustrie, viel uit wegens rechterschouderklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na medisch onderzoek door verzekeringsarts en arbeidsdeskundigen concludeerde het UWV dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht had op een uitkering.
Appellant stelde in bezwaar en beroep dat hij meer beperkingen had, onder meer vanwege linkerschouderklachten en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren vanwege het opleidingsniveau. Diverse medische en arbeidsdeskundige rapporten werden overlegd, waarbij de beperkingen werden aangepast maar de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 35% bleef.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij meer beperkingen had. Ook waren de functies medisch geschikt en voldeed appellant aan het vereiste opleidingsniveau.
Het besluit van het UWV om de WIA-uitkering te weigeren wordt daarmee bevestigd, en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens onvoldoende beperkingen.