ECLI:NL:CRVB:2013:1343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet tijdig beslissen bezwaarschrift Zvw
Appellant heeft bij brief van 11 oktober 2005 bezwaar gemaakt tegen de toepassing van artikel 69 van Pro de Zorgverzekeringswet en bezwaar aangetekend tegen zijn vastgestelde verdragsgerechtigdheid. Het College voor zorgverzekeringen (Cvz) verklaarde het bezwaar op 19 juni 2007 niet ontvankelijk, omdat het bezwaar betrekking had op correspondentie over verdragsrecht en Zvw-bijdrage.
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift, maar de rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond omdat Cvz op 19 juni 2007 wel degelijk een besluit had genomen. In hoger beroep voerde appellant aan dat het besluit niet op zijn bezwaarschrift van 11 oktober 2005 was genomen, maar deze gronden waren reeds besproken en verworpen door de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de gronden op juiste wijze heeft beoordeeld en bevestigt het vonnis. Omdat appellant geen nieuwe gronden heeft ingebracht, wordt het hoger beroep afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.