ECLI:NL:CRVB:2013:1334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante was werkzaam als financieel administratief medewerkster en ontving een Ziektewet-uitkering wegens zwangerschapsgerelateerde rug- en bekkenklachten. Het UWV beëindigde haar uitkering per 27 mei 2011 na medisch onderzoek waaruit bleek dat zij geschikt werd geacht haar eigen werk te verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond, waarbij zij het medisch oordeel van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts onderschreef. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat haar huisarts en revalidatiearts blijvende klachten hadden vastgesteld en dat het UWV haar belastbaarheid onvoldoende had onderzocht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV voldoende inzichtelijk had onderbouwd dat appellante geschikt was voor haar werk. De medische rapporten toonden geen objectieve belemmeringen meer aan en de klachten werden vooral toegeschreven aan psychologische mechanismen. De aanvullende medische informatie in hoger beroep bracht geen wezenlijk andere feiten aan het licht.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellante is terecht beëindigd omdat zij geschikt is voor haar eigen werk.