ECLI:NL:CRVB:2013:1329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage zorgverzekering ondanks financiële problemen
Appellante, woonachtig in Duitsland en gerechtigd tot zorg op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Verordening EG nr. 1408/71, betwistte de door het College voor zorgverzekeringen (Cvz) opgelegde buitenlandbijdrage over 2006. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond omdat zij aannam dat appellante tijdig was geïnformeerd over haar rechten en plichten.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet tijdig was geïnformeerd en dat zij financieel niet in staat was de bijdrage te voldoen. De Raad stelde vast dat Cvz haar in januari 2006 schriftelijk had geïnformeerd en dat appellante daarna ook vragen had gesteld over haar rechtspositie. De Raad oordeelde dat de bijdrage wettelijk verplicht is en dat financiële problemen geen grond bieden voor matiging of kwijtschelding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Brand op 7 augustus 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante de buitenlandbijdrage moet betalen en wijst het hoger beroep af.