ECLI:NL:CRVB:2013:1327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage zorgverzekeringswet voor verdragsgerechtigde in België over 2006
Appellante, woonachtig in België en gerechtigd tot een pensioen op grond van de AOW en een pensioenfonds, was in 2006 door het College voor zorgverzekeringen (Cvz) als verdragsgerechtigde aangemerkt. Dit gaf haar recht op zorg in België ten laste van Nederland, waarvoor zij volgens artikel 69 van Pro de Zorgverzekeringswet (Zvw) een buitenlandbijdrage moest betalen.
Cvz had de buitenlandbijdrage over 2006 vastgesteld en het bezwaar van appellante tegen deze vaststelling ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam had dit besluit bevestigd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat Cvz tekort was geschoten in zijn informatieplicht en dat de Belgische Mutualiteit haar onjuist had geïnformeerd, en stelde dat Cvz had toegezegd geen buitenlandbijdrage vast te stellen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellante bijdrageplichtig was. Het artikel 69 Zvw Pro laat geen ruimte om af te zien van de buitenlandbijdrage, ook niet vanwege de door appellante aangevoerde omstandigheden. Er was geen sprake van toezeggingen van Cvz om af te zien van de bijdrage. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De buitenlandbijdrage over 2006 is terecht vastgesteld en het hoger beroep wordt afgewezen.