Appellant ontvangt een WAO-uitkering en het UWV heeft in 2010 de uitkering over 2004 en 2007 verlaagd wegens inkomsten uit arbeid, met terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de conclusies van de arbeidsdeskundige juist waren en dat de door appellant overgelegde fiscale winstberekening voor eigen risico kwam.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat miscommunicatie en het late verzoek bij de belastingdienst tot een onjuiste winstberekening hadden geleid. De Raad overwoog dat de door de belastingdienst gehonoreerde en onherroepelijke fiscale aanslag leidend is en dat appellant een inlichtingenplicht heeft. Er waren geen bijzondere omstandigheden om af te wijken van de gehonoreerde fiscale winst.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de winst uit onderneming als inkomsten uit arbeid heeft aangemerkt en dat de terugvordering geen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen voor appellant heeft. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.