ECLI:NL:CRVB:2013:1309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- W.H. Bel
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over hulp bij het huishouden op grond van de Wmo
Appellante lijdt aan de ziekte van Crohn, osteopenie en polymyalgie rheumatica, waardoor zij beperkingen ondervindt. Het college kende haar op grond van de Wmo hulp bij het huishouden toe, aanvankelijk via een persoonsgebonden budget (pgb), later omgezet in zorg in natura. Het pgb werd ingetrokken wegens het niet invullen van verantwoordingsformulieren en teruggevorderd.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld en dat zij meer dan 3,5 uur per week hulp nodig heeft. Zij vond dat het college te veel waarde hechtte aan richtlijnen en onvoldoende rekening hield met haar persoonlijke situatie. De medisch adviseur verzamelde informatie van haar behandelend artsen en concludeerde dat haar beperkingen overeenkomen met de toegekende klasse 2 hulp bij het huishouden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij ernstiger beperkingen heeft dan vastgesteld. Ook heeft zij niet aangegeven welke extra zorg nodig is om zelfredzaam te zijn. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. De omstandigheid dat de voorziening zorg in natura is toegekend valt buiten het bestreden besluit en is reeds in een andere uitspraak beoordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van klasse 2 hulp bij het huishouden in zorg in natura wordt bevestigd.