ECLI:NL:CRVB:2013:1298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inkomensvoorziening wegens onjuiste woonplaatsinformatie onder WIJ
Appellant heeft op 28 april 2011 een werkleeraanbod aangevraagd op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Het college stelde een onderzoek in naar zijn woonadres, omdat appellant tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn verblijfplaats. Uit het onderzoek bleek dat appellant niet aannemelijk kon maken dat hij op het opgegeven adres woonde, mede omdat hij geen sleutel had, de plattegrond van zijn kamer niet klopte en er nauwelijks recente administratie was.
Het college besloot op 16 juni 2011 om geen recht op een inkomensvoorziening toe te kennen en verklaarde het bezwaar hiertegen op 5 oktober 2011 ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit. Appellant voerde aan dat hij in een moeilijke situatie verkeerde, onder meer door detentie en het ontbreken van een eigen woning, en dat het onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij verklaringen van zijn tante niet waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het recht op een inkomensvoorziening afhankelijk is van het woonadres en dat appellant verplicht is juiste informatie te verstrekken. De verklaring van de hoofdbewoonster was niet relevant voor de periode van het onderzoek. De Raad vond de tegenstrijdige verklaringen van appellant ongeloofwaardig en concludeerde dat het recht op inkomensvoorziening niet vastgesteld kon worden. De moeilijke omstandigheden van appellant rechtvaardigen geen afwijking van de wettelijke bepalingen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de inkomensvoorziening bevestigd.