ECLI:NL:CRVB:2013:1292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering door verrekening partneralimentatie
Appellante ontvangt vanaf 1 juli 2008 bijstand als alleenstaande op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De ex-echtgenoot van appellante is bij gerechtshofuitspraak verplicht tot betaling van partneralimentatie, vastgesteld op €416,98 per maand in 2008 en €433,24 vanaf 2009.
Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen heeft bij besluit van 30 juli 2009 de bijstand van appellante herzien door met terugwerkende kracht de hogere alimentatie-inkomsten op de bijstand in mindering te brengen. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 31 januari 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet over de hogere partneralimentatie kon beschikken omdat de vordering op haar ex-echtgenoot niet haarbaar zou zijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat alimentatiebetalingen als inkomsten in de zin van artikel 32 WWB Pro worden aangemerkt en dat appellante redelijkerwijs over deze middelen kon beschikken, nu niet is gebleken dat zij pogingen heeft ondernomen om de alimentatie te gelde te maken.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de bijstand door verrekening van partneralimentatie wordt bevestigd.