ECLI:NL:CRVB:2013:1224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering na beoordeling medische beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen een door het UWV genomen besluit waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage werd herzien van 55-65% naar 45-55%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij de door appellant ingediende contra-expertises onvoldoende aanleiding gaven om het oordeel van het UWV te betwijfelen.
In hoger beroep stelde appellant dat een neuropsychologisch onderzoek een toename van cognitieve beperkingen aantoonde, wat volgens hem niet juist was meegenomen. Ook voerde hij aan dat de voor hem geschikte functies ongeschikt waren vanwege fysieke klachten. Het UWV verwees naar eerdere jurisprudentie en stelde dat zonder een medisch-specialistisch rapport het neuropsychologisch onderzoek niet tot meer beperkingen op de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) kan leiden.
De Raad oordeelde dat de bevindingen van het neuropsychologisch onderzoek alleen relevant zijn indien zij kunnen worden herleid naar medisch vastgestelde stoornissen, wat appellant niet had aangetoond. De Raad wees het verzoek om een deskundige neuroloog af en bevestigde dat de beperkingen zoals vastgesteld in de FML juist waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.