ECLI:NL:CRVB:2013:1166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- E.J. Govaers
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over berekening loongerelateerde WIA-uitkering met rekening houden loon onder Ziektewet
Appellant was sinds april 2007 ziek gemeld en ontving aanvankelijk een WW-uitkering. Vanaf oktober 2008 werkte hij tijdelijk als productiemedewerker, maar stopte vanwege ziekte in februari 2009. Het UWV kende hem een Ziektewet-uitkering toe en stelde vervolgens een loongerelateerde WIA-uitkering (LGU) vast.
Appellant stelde dat hij per saldo minder ontving dan wanneer hij niet had gewerkt naast zijn LGU, en betoogde dat bij de berekening van de LGU rekening gehouden moest worden met de Ziektewet-uitkering zelf, niet met het loon waarop deze uitkering was gebaseerd. De rechtbank wees dit beroep af en ook in hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad oordeelde dat de wettelijke bepalingen en het Inkomensbesluit Wet WIA duidelijk voorschrijven dat bij de berekening van de LGU het loon waarop een loondervingsuitkering zoals de Ziektewet is gebaseerd als inkomen wordt meegeteld. Dit voorkomt dat het loonverlies voor meer dan 70% wordt gecompenseerd. De feitelijke berekening van het UWV was correct en de aanname van appellant onjuist.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV over de berekening van de loongerelateerde WIA-uitkering wordt bevestigd.