ECLI:NL:CRVB:2013:1143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang bij beroep tegen WIA-uitkeringsbesluit
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarbij haar een WIA-uitkering is toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat appellante met het aanvechten van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) geen beter resultaat kan bereiken dan de reeds toegekende uitkering.
In hoger beroep stelt appellante dat zij wel procesbelang heeft omdat zij vreest voor de gevolgen van de vaststelling dat zij beperkte dynamische handelingen kan verrichten. Zij betwist de juistheid van de FML en vreest dat dit haar toekomstig kan schaden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beroep geen ander resultaat kan opleveren dan de huidige uitkering en dat een nieuw medisch onderzoek bij heronderzoek de actuele beperkingen zal vaststellen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput en uitgesproken op 24 juli 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen omdat appellante geen procesbelang heeft bij het aanvechten van de FML en geen beter resultaat kan bereiken dan de toegekende WIA-uitkering.