ECLI:NL:CRVB:2013:1141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde WAO-uitkering wegens ontbreken dringende reden
Appellant had over de periode van 1 januari 2008 tot 1 januari 2011 een bruto bedrag van €11.553,64 teveel aan WAO-uitkering ontvangen. Het UWV had dit bedrag teruggevorderd en dit besluit werd door de rechtbank bevestigd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niets te verwijten viel en dat het UWV onzorgvuldig met zijn gegevens was omgegaan, en dat hij vanwege zijn financiële situatie niet in staat was het bedrag terug te betalen.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV op grond van artikel 57, eerste lid, van de WAO verplicht is om teveel betaalde uitkeringen terug te vorderen, ongeacht de oorzaak of schuld. Afzien van terugvordering is alleen mogelijk bij een dringende reden, die zeer bijzondere omstandigheden vereist waarbij de gevolgen van terugvordering onaanvaardbaar zijn.
De Raad vond geen aanleiding om aan te nemen dat in deze zaak sprake was van een dringende reden. De argumenten van appellant werden niet voldoende geacht om af te zien van terugvordering. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd daarom bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de teveel betaalde WAO-uitkering blijft gehandhaafd.