ECLI:NL:CRVB:2013:1127

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 juli 2013
Publicatiedatum
23 juli 2013
Zaaknummer
12-1696 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 WWBArt. 16 lid 1 WWB
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten eigen risico zorgverzekering

Appellanten verzochten bijzondere bijstand voor de kosten van het eigen risico van hun zorgverzekering, welke door het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas werd afgewezen. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep ongegrond, omdat het eigen risico een bewuste keuze van de wetgever is en geen bijzondere bijstand kan worden verleend.

Appellanten voerden aan dat hun medische situatie en slechte financiële positie bijzondere omstandigheden vormen die bijzondere bijstand rechtvaardigen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het eigen risico geldt voor alle verzekerden en dat het feit dat appellanten dit vanwege hun medische situatie volledig moeten betalen, dit niet anders maakt.

Verder werden de aangevoerde financiële omstandigheden niet als een acute noodsituatie erkend zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, WWB. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor het eigen risico van de zorgverzekering wordt bevestigd.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
12/1696 WWB, 12/1698 WWB
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van
10 februari 2012, 11/1050 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] en [Appellante] te[woonplaats] (appellanten)
het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas (college)
PROCESVERLOOP
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 juni 2013. Appellanten zijn verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door S.R. Schipperheijn.

OVERWEGINGEN

1.
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Bij besluit van 9 februari 2011 heeft het college de aanvraag van appellanten van
18 januari 2011 om bijzondere bijstand voor de kosten van het eigen risico van de zorgverzekering over het jaar 2011 afgewezen.
1.2.
Bij besluit van 28 juni 2011 (bestreden besluit) heeft het college het tegen het besluit van 9 februari 2011 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
2.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, onder verwijzing naar artikel 15 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). De rechtbank heeft overwogen dat binnen de voorliggende voorziening voor de kosten van medische zorg een bewuste keuze van de wetgever tot het opleggen van een eigen risico aan de verzekerden ten grondslag ligt, zodat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat voor deze kosten geen bijzondere bijstand kan worden verleend en dat appellanten deze kosten uit hun inkomen moeten voldoen. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat de door appellanten aangevoerde financiële omstandigheden onvoldoende zijn om aannemelijk te achten dat sprake is van een acute noodsituatie op grond waarvan het college met toepassing van artikel 16, eerste lid, van de WWB bijzondere bijstand had moeten verstrekken.
3.
Appellanten hebben zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Zij hebben aangevoerd, samengevat, dat zij in verband met hun medische situatie het eigen risico steeds volledig moeten betalen waardoor, in combinatie met hun zeer slechte financiële situatie, sprake is van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat in hun situatie bijzondere bijstand voor deze kosten wordt verleend.
4.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
In hetgeen is aangevoerd is geen grond gelegen om tot een ander oordeel te komen dan dat waartoe de rechtbank is gekomen, zoals hiervoor onder 2 weergegeven. Dat oordeel is in overeenstemming met de vaste rechtspraak, zoals onder meer neergelegd in de door de rechtbank aangehaalde uitspraak (CRvB 21 december 2010, LJN BO9361).
4.2.
Met betrekking tot de beroepsgrond van appellanten dat zij hun eigen risico voor de zorgverzekering steeds volledig opsouperen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van
21 februari 2012, LJN BV6493. Het verplicht eigen risico voor de Zorgverzekeringswet geldt voor alle zorgverzekerden. Alle zorgverzekerden kunnen daarmee dus te maken krijgen. Dat appellanten vanwege hun medische omstandigheden de kosten van het eigen risico telkens volledig moeten dragen en andere zorgverzekerden mogelijk niet, maakt dat niet anders.
4.3.
Wat appellanten verder hebben aangevoerd over (de oorzaak van) hun slechte financiële positie, leidt niet tot een ander oordeel. Daarin zijn evenmin zeer dringende redenen gelegen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB, zoals volgens vaste rechtspraak uitgelegd (CRvB 1 december 2009, LJN BK6576).
4.4.
Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
5.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van T.A. Meijering als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2013.
(getekend) C. van Viegen
(getekend) T.A. Meijering

RH