ECLI:NL:CRVB:2013:1115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na onderzoek vast dat zij en haar partner gedurende de beoordelingsperiode een gezamenlijke huishouding voerden op het adres van appellante. Dit werd onder meer bevestigd door verklaringen van appellante tegenover een sociaal rechercheur en fraudepreventiemedewerker, waarnemingen van een auto bij haar woning en een onaangekondigd huisbezoek waarbij de partner werd aangetroffen.
Het college trok daarom de bijstand met ingang van 1 september 2010 in omdat appellante niet had gemeld dat zij een gezamenlijke huishouding voerde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat aan de wettelijke criteria voor een gezamenlijke huishouding was voldaan: het hebben van hetzelfde hoofdverblijf en het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding. Appellante had de wettelijke inlichtingenplicht geschonden door dit niet te melden, waardoor het college bevoegd was de bijstand in te trekken.
Het beroep van appellante slaagde niet, en de Raad bevestigde de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan op 23 juli 2013 door rechter Y.J. Klik.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellante een gezamenlijke huishouding voerde zonder dit te melden.