ECLI:NL:CRVB:2012:BY8025

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-6751 ANW-T
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetVerordening (EEG) nr. 859/2003Verordening (EEG) nr. 1408/71
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ANW-uitkering wegens onzorgvuldig onderzoek door Sociale Verzekeringsbank

Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Algemene nabestaandenwet (ANW)-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot in juli 2008. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de overledene niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden en appellante geen aanspraak kon maken op internationale sociale zekerheidsregelingen.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat haar echtgenoot in Nederland had gewerkt en premies had betaald, en dat zij uit Duitsland en Slovenië een nabestaandenpensioen ontvangt, wat volgens haar recht geeft op een Nederlandse ANW-uitkering.

De Raad constateerde dat het onderzoek van de Svb niet volledig was, met name over de verblijfplaats en verzekeringsstatus van de overledene, die in Engeland was overleden en daar legaal verbleef. Hierdoor was onvoldoende informatie verzameld om het recht op een ANW-uitkering vast te stellen.

De Raad oordeelde dat appellante mogelijk recht heeft op een pro-rata ANW-uitkering voor juli 2008 op grond van Europese verordeningen, maar dat de Svb het gebrek in het bestreden besluit moet herstellen door een zorgvuldiger onderzoek uit te voeren.

De uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos en uitgesproken op 14 december 2012.

Uitkomst: De Sociale Verzekeringsbank moet het besluit herstellen wegens onzorgvuldig onderzoek naar het recht op een ANW-uitkering.

Uitspraak

10/6751 ANW-T
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Tussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 september 2010, 10/1569 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.]
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak 14 december 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft Teufik Bešar, advocaat te Kljuc, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2012. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes. Na de behandeling van het geding ter zitting van de Raad is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. In verband hiermee heeft de Raad besloten het onderzoek te heropenen.
Partijen hebben schriftelijk op vragen van de Raad gereageerd.
OVERWEGINGEN
1.1. Appellante is gehuwd geweest met [P.]. Hij is [in] 2008 overleden. [P.] heeft in de periode 1973-1975 in Nederland gewerkt en/of gewerkt. Appellante heeft een uitkering in het kader van de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. Met een besluit van 7 juni 2009 heeft de Svb appellante laten weten dat zij niet in aanmerking komt voor een ANW-uitkering, omdat [P.] op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Ook kan appellante geen recht op een uitkering ontlenen aan internationale regelingen over sociale zekerheid.
1.2. Het bezwaar tegen dit besluit is bij beslissing op bezwaar van 22 februari 2010
(bestreden besluit) ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep is namens appellante herhaald dat [P.] in Nederland heeft gewerkt en premies heeft betaald, dat zij uit Duitsland en Slovenië wel een nabestaandenpensioen ontvangt en dat, nu dat ook lidstaten van de Europese Unie zijn, zij ook recht heeft op een nabestaandenpensioen uit Nederland.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. Uit de stukken blijkt dat aan appellante, ingaande augustus 2008, een gekort AOW-pensioen is toegekend. Nu [P.] is overleden in juli 2008, volgt hieruit dat slechts in geding is een mogelijk recht op een ANW-uitkering voor de maand juli 2008.
4.2. Na de behandeling ter zitting is door de Raad onder andere aan partijen gevraagd waar [P.] is overleden, nu uit een bijlage bij het zogenaamde NJ/JN formulier 200 is aangegeven dat hij in Lamberth, Engleska is overleden. Met een brief van 5 oktober 2012 is namens appellante medegedeeld dat [P.] is overleden in Lamberth, Londen, Engeland. Hij verbleef daar sinds 1992 met een vluchtelingenstatus.
4.3. Met een brief van 19 oktober 2012, aangevuld bij brief van 20 november 2012, heeft de Svb daarop laten weten zich nu op het standpunt te stellen dat [P.] in Engeland is overleden. Gezien het lange verblijf in het Verenigd Koninkrijk neemt de Svb aan dat het verblijf een legaal karakter had. Dit betekent dat [P.] voldoet aan de voorwaarden van Verordening (EEG) nr. 859/2003 (Vo 859/2003) en daarmee valt onder de personele werkingssfeer van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (Vo 1408/71). [P.] heeft in ieder geval ook verzekerde tijdvakken opgebouwd in Duitsland en Slovenië, maar mogelijk ook in Engeland. Voor het vaststellen van het recht en de hoogte van de ANW-uitkering van appellante zijn nog niet voldoende gegevens bekend.
4.4. De Raad stelt vast dat de plaats van overlijden van [P.] gelegen is in een lidstaat van de Europese Unie. Uit Vo 859/2003 samen met Vo 1408/71 volgt dat appellante mogelijk recht heeft op een pro-rata ANW-uitkering voor de maand juli 2008.
4.5. Uit 4.2 tot en met 4.4 volgt dat de Svb, bij de voorbereiding van het bestreden besluit, onvoldoende relevante gegevens heeft verzameld en dus een onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan. De Raad ziet aanleiding met toepassing van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet de Svb op te dragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen overeenkomstig hetgeen de Raad heeft overwogen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep draagt de Svb op om binnen twaalf weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het bestreden besluit te herstellen overeenkomstig hetgeen de Raad heeft overwogen.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 december 2012.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) G.J. van Gendt
JvC
REŠENJE
Centralno žalbeno vece nalaže Banci socijanog osiguranja (Svb) da u roku od dvanaest nedelja nakon slanja ove medupresude ispravi nedostatak u žalbenom rešenju u skladu sa onim što je Vece ocenilo.
Ovo rešenje je doneo E.E.V. Lenos, u prisustvu G.J. van Gendt u svojstvu zapisnicara. Rešenje je izreceno na javnom zasedanju dana 14. decembra 2012. godine.