ECLI:NL:CRVB:2012:BY7617
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor opvang en leefgeld op grond van Wmo en WWB
Verzoekster, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, verzocht op 5 juli 2012 om opvang of leef- en reisgeld op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de Wet werk en bijstand (WWB). Dit verzoek werd op 20 juli 2012 afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van Breda en de Commissie Sociale Zekerheid. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening, welke door de rechtbank Breda werd afgewezen.
Tegen deze afwijzing stelde verzoekster hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De voorzieningenrechter van de Raad beoordeelde dat verzoekster geen aanspraak kon maken op bijstand of opvang omdat zij niet over rechtmatig verblijf beschikt. Verzoekster stelde dat op grond van artikel 8 EVRM Pro zij als kwetsbaar persoon toch recht zou hebben op opvang of leef- en reisgeld.
De voorzieningenrechter verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat een verplichting op grond van artikel 8 EVRM Pro niet via de WWB kan worden ingevuld. Daarnaast ontbraken in de door verzoekster overgelegde medische brieven aanknopingspunten om haar als kwetsbaar persoon aan te merken, omdat geen substantiële bedreiging van haar psychische of fysieke gezondheid in Nederland werd aangetoond.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder zitting en zonder veroordeling in proceskosten of griffierecht. De uitspraak werd op 19 december 2012 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter H.J. de Mooij.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor opvang en leef- en reisgeld wordt afgewezen wegens ontbreken van rechtmatig verblijf en onvoldoende medische onderbouwing.