ECLI:NL:CRVB:2012:BY7614
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht van €115,--. Hij stelde dat hij bijzondere bijstand had aangevraagd voor de griffierechtkosten en dat de hoogte van het griffierecht zijn toegang tot de rechter belemmerde, wat in strijd zou zijn met artikel 6 EVRM Pro.
De Raad oordeelde dat appellant niet binnen de gestelde termijn het griffierecht had voldaan en ook geen verzoek om uitstel of beroep op betalingsonmacht had gedaan. De aanvraag bijzondere bijstand werd pas na de termijn kenbaar gemaakt zonder nadere gegevens. De Raad zag geen aanleiding om het college te verzoeken het besluit op die aanvraag op te vragen.
Verder vond de Raad dat het belang van appellant bij het hoger beroep en zijn stelling over de onevenredigheid van de gevolgen geen grond vormden om het verzuim te verontschuldigen. Ook het betoog dat oud recht was toegepast werd verworpen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in aanwezigheid van griffier J. de Jong, op 21 december 2012.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.