ECLI:NL:CRVB:2012:BY7270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, laatst werkzaam als lasser, viel uit na een auto-ongeval met nek- en hoofdpijnklachten. Na het einde van de wachttijd werd zijn WIA-uitkering geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Hij hervatte productiewerk, maar meldde zich ziek met klachten waaronder flauwvallen.
Het UWV beëindigde het ziekengeld per 20 juli 2010 na medisch onderzoek door verzekeringsarts Miedema, die zowel lichamelijk als psychisch onderzoek verrichtte en relevante medische informatie meenam. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, wat in hoger beroep werd bevestigd.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant met zijn beperkingen in staat was zijn werk als productiemedewerker te hervatten. De door appellant aangevoerde klachten, waaronder flauwvallen en een nieuw ongeval, werden onvoldoende onderbouwd met medische informatie.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 19 december 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.