ECLI:NL:CRVB:2012:BY7269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante ontving een Ziektewetuitkering die per 22 maart 2010 werd beëindigd op grond van een herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid. In 2005 was haar WAO-uitkering al ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidskundige rapportages vast dat zij geschikt was voor ten minste één van de functies die in 2005 waren geduid.
Appellante voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat haar psychische en lichamelijke klachten, waaronder een opname in 2010, onvoldoende waren meegewogen en dat zij niet in staat was arbeid te verrichten. Zij overlegde een brief van haar psychiater en verzocht om benoeming van een deskundige.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de medische onderzoeken, waaronder die van de bezwaarverzekeringsarts en psycholoog, zorgvuldig en voldoende waren. De brief van de psychiater werd weerlegd door de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts. Er was geen aanleiding voor benoeming van een deskundige. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 19 december 2012 en bevestigt het besluit van het UWV. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 22 maart 2010 wegens geschiktheid voor arbeid.