ECLI:NL:CRVB:2012:BY7263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als schoonmaker in een bioscoop te Utrecht, meldde zich op 11 januari 2010 ziek met klachten aan de rechterarm, rechterschouder, linkerbeen, blaasproblemen en psychische klachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze per 12 april 2010 na een verzekeringsartsbezoek.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard op basis van een rapport van een bezwaarverzekeringsarts en informatie van behandelaars, waaronder een uroloog. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant ondanks beperkingen geschikt was om lichte werkzaamheden te verrichten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten waren toegenomen en dat hij doorverwezen was naar geestelijke gezondheidszorg. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant onvoldoende medische gegevens had ingebracht om het standpunt van de rechtbank te weerleggen. Er was sprake van een zorgvuldig medisch onderzoek door het UWV, inclusief dossieronderzoek en informatie van behandelaars.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van het ziekengeld per 12 april 2010 wegens voldoende arbeidsmogelijkheden van appellant.