ECLI:NL:CRVB:2012:BY7260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek Ziektewetuitkering wegens ongeschiktheid tot werk niet onzorgvuldig beoordeeld
Appellant verzocht met terugwerkende kracht vanaf 6 september 2007 een Ziektewetuitkering wegens ongeschiktheid tot werken. Het UWV wees dit verzoek af, en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de medische oordeelsvorming zorgvuldig was, mede gelet op informatie van de behandelend neuroloog en verzekeringsartsen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek van het epilepsiecentrum Kempenhaeghe onvoldoende was betrokken en dat zijn werkzaamheden als productiemedewerker risicovol waren, mede omdat geen informatie bij zijn werkgever was opgevraagd. Ook stelde hij dat hij pijnklachten had die niet waren meegewogen.
Het UWV verwees naar een rapport van de bezwaarverzekeringsarts waarin de medische gegevens van Kempenhaeghe waren betrokken. De Raad oordeelde dat er geen nieuwe medische gegevens waren die twijfel aan de medische beoordeling rechtvaardigden. De Raad bevestigde dat de beoordeling uitging van de laatst verrichte arbeid en dat de verzekeringsarts voldoende rekening had gehouden met de aard van het werk en de belastende factoren.
De Raad concludeerde dat de rechtbank het beroep terecht ongegrond had verklaard en dat geen aanleiding bestond tot nader onderzoek naar de werkzaamheden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.