ECLI:NL:CRVB:2012:BY7017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat brief over verblijf in buitenland geen besluit is in bijstandszaak
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand naar de norm voor gehuwden. Appellant meldde dat hij van 14 december 2010 tot en met 13 maart 2011 in het buitenland zou verblijven. De Dienst Werk en Inkomen (DWI) stuurde een brief waarin werd meegedeeld dat hij maximaal vier weken per jaar met behoud van uitkering in het buitenland mocht verblijven.
Het college verklaarde het bezwaar tegen deze brief ongegrond en herrekende de bijstand over januari en februari 2011. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigde het besluit, maar verklaarde het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de brief wel een besluit was en dat hij had mogen vertrouwen op een mondelinge toezegging dat hij langer dan vier weken in het buitenland mocht verblijven. De Raad oordeelde dat de brief geen zelfstandig besluit is en dat rechtsgevolgen pas kunnen intreden na een nadere afweging door het bestuursorgaan, wanneer duidelijk is hoe lang betrokkene daadwerkelijk in het buitenland verbleef.
Verder stelde de Raad dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hem een toezegging was gedaan om langer dan vier weken te verblijven en dat het feit dat hij in eerdere jaren langer mocht verblijven daarvoor niet voldoende was. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de brief geen besluit is en geen bezwaar openstond.