ECLI:NL:CRVB:2012:BY6894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H. Bolt
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering Ziektewetuitkering wegens onjuiste arbeidsomschrijving
Appellant meldde zich op 22 februari 2010 ziek terwijl hij een WW-uitkering ontving. Het UWV weigerde daarop een Ziektewetuitkering toe te kennen, omdat appellant volgens medisch onderzoek geschikt was voor zijn werkzaamheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, mede omdat zij de medische beoordeling juist achtte en aannam dat appellant werkzaamheden verrichtte die overeenkwamen met het pluizen van anjers.
In hoger beroep stelde appellant dat hij vanwege fysieke en psychische klachten ongeschikt was voor zijn werk en dat de rechtbank geen juiste werkomschrijving had gebruikt. Uit nieuw ingebrachte stukken bleek dat appellant laatstelijk werkte in de paprikateelt, niet bij het pluizen van anjers. Het UWV onderbouwde dat appellant met zijn klachten wel geschikt was voor die werkzaamheden.
De Raad oordeelt dat de rechtbank en het UWV geen juist beeld hadden van de laatst verrichte werkzaamheden, waardoor het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank niet in stand kunnen blijven. Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand, omdat het UWV voldoende heeft onderbouwd dat appellant geschikt was voor zijn werk. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.