ECLI:NL:CRVB:2012:BY6753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere gevallen bij weigering WW-uitkering wegens late aanvraag
Appellant was van 18 mei 2009 tot 1 maart 2010 in dienst bij een bedrijf en vroeg op 29 december 2010 een WW-uitkering aan met ingang van 1 maart 2010. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat deze niet tijdig was ingediend, meer dan 26 weken na het einde van het dienstverband.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat er geen sprake was van een bijzonder geval dat afwijking van de termijn rechtvaardigt. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet wist dat hij zelf de uitkering moest aanvragen en verwees naar een ernstig auto-ongeluk van zijn ouders in 2008, waarbij hij mantelzorg verleende.
De Raad overwoog dat het begrip 'bijzonder geval' restrictief moet worden uitgelegd en dat onbekendheid met de regelgeving geen grond is. Ook was er geen aantoonbaar verband tussen het auto-ongeluk en de late aanvraag. De Raad bevestigde dat het Uwv terecht de aanvraag heeft afgewezen en dat de uitkering niet wordt uitbetaald over de periode van 3 maart 2010 tot 3 juni 2010.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor een WW-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een bijzonder geval voor afwijking van de 26-weken termijn.