ECLI:NL:CRVB:2012:BY6644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens lening en ontbreken dringende redenen
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuis- en inrichtingskosten na toewijzing van een woning in Heerlen. De ISD wees de aanvraag voor inrichtingskosten af omdat de bijstand moest worden aangevraagd bij de gemeente Heerlen. Het college van Heerlen kende slechts een deel van de gevraagde bijzondere bijstand toe, waarbij een lening van € 1.000,-- en een drempelbedrag in mindering werden gebracht.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat de gemeente Heerlen haar aanvraag niet in behandeling zou nemen zolang de ISD niet had beslist over verhuiskosten en dat een medewerker haar telefonisch had geadviseerd een lening bij een vriendin aan te gaan. Dit werd door het college afgewezen en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat er zeer dringende redenen waren die toekenning van bijstand rechtvaardigden. De Raad oordeelde dat artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de WWB van toepassing is, waardoor bijstand voor aflossing van een lening niet wordt toegekend tenzij zeer dringende redenen bestaan. Appellante maakte deze dringende redenen niet aannemelijk. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad wees ook het beroep op het advies van een medewerker af wegens gebrek aan bewijs. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 december 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens het bestaan van een lening en het ontbreken van dringende redenen.