ECLI:NL:CRVB:2012:BY6575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage Zvw ondanks nalaten inhouding door pensioenfonds
Appellante, woonachtig in Duitsland en pensioengerechtigde bij het ABP, werd geconfronteerd met een buitenlandbijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2008. Het ABP had deze bijdrage niet ingehouden omdat het College zorgverzekeringen (Cvz) nagelaten had de benodigde gegevens te verstrekken.
De rechtbank had het bezwaar van appellante tegen de vaststelling van de buitenlandbijdrage ongegrond verklaard, maar het besluit vernietigd vanwege het ontbreken van een hoorzitting. De rechtbank liet de rechtsgevolgen van het besluit echter in stand en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij onterecht financieel aansprakelijk werd gesteld voor de nalatigheid van Cvz en dat zij schade had geleden door de late vaststelling van de bijdrage. De Raad oordeelde dat de vaststelling tijdig was en dat Cvz bevoegd was de buitenlandbijdrage vast te stellen, ook al had het ABP niet ingehouden.
De Raad vond geen grond voor vergoeding van de door appellante gestelde schade en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees de Raad erop dat betalingsregelingen niet binnen het hoger beroep aan de orde konden komen en verwees appellante terug naar Cvz voor dergelijke verzoeken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de buitenlandbijdrage over 2008 en wijst het hoger beroep van appellante af.