ECLI:NL:CRVB:2012:BY6559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-nakoming inlichtingenverplichting en terugvordering
Appellant kreeg bijstand die het college opschortte en later introk omdat hij niet alle gevraagde financiële stukken tijdig had overgelegd. Het college stelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet binnen de hersteltermijn over de gevraagde stukken kon beschikken. Tevens was onduidelijk waarvan appellant leefde, mede gezien zijn hypotheeklasten in verhouding tot de bijstand.
Het college vorderde de gemaakte bijstandskosten terug omdat appellant niet alle gevraagde stukken had ingeleverd, waardoor het vermoeden bestond dat hij over onbekende inkomsten beschikte. Appellant voerde aan dat de terugvordering disproportioneel was en dat er dringende financiële redenen waren om (gedeeltelijk) af te zien van terugvordering, maar dit werd verworpen.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot intrekking van de bijstand op grond van artikel 54 WWB Pro vanwege het niet nakomen van de inlichtingenverplichting en dat de terugvordering niet disproportioneel was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering wegens niet-nakoming van de inlichtingenverplichting.