ECLI:NL:CRVB:2012:BY6358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslagaanvraag voor in Rusland wonende kinderen wegens ontbreken handhavingsverdrag
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor zijn kinderen die in Rusland wonen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af op grond van de Wet beperking export uitkeringen (Wet BEU), omdat met Rusland geen handhavingsverdrag is gesloten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat artikel 7b van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) bepaalt dat kinderbijslag alleen wordt toegekend aan kinderen in het buitenland als er een handhavingsverdrag is om de rechtmatigheid te controleren. Appellant stelde dat dit onderscheid discriminerend is en in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), maar de Raad oordeelde dat het onderscheid naar woonplaats geen verdacht onderscheid vormt en dat de Staat een ruime beoordelingsvrijheid heeft.
Verder wees de Raad erop dat de controledoelstellingen van de Wet BEU in dit geval wel degelijk relevant zijn omdat de kinderen niet tot het huishouden van appellant behoren en onderhoudsverplichtingen gecontroleerd moeten kunnen worden. De Raad concludeerde dat de afwijzing van de kinderbijslag geen ongerechtvaardigde ongelijke behandeling inhoudt en dat de rechtbank de juiste beslissing heeft genomen.
Uitkomst: De aanvraag kinderbijslag wordt afgewezen omdat met Rusland geen handhavingsverdrag is gesloten, wat geen ontoelaatbare discriminatie oplevert.