ECLI:NL:CRVB:2012:BY6351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Juiste vaststelling dagloon in WIA-uitkering bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn dagloon door het UWV in het kader van een WIA-uitkering. Het UWV had aanvankelijk geweigerd een uitkering toe te kennen vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%, maar na een deskundigenrapport werd een IVA-uitkering toegekend met een vastgesteld dagloon van €106,92.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak omdat de medische en arbeidskundige grondslag van het eerste besluit onjuist was. Het eerste besluit werd vernietigd, en het beroep tegen het tweede besluit, waarin het dagloon werd vastgesteld, werd ongegrond verklaard.
De Raad oordeelde dat het UWV het dagloon correct had vastgesteld en dat het rapport van de arbeidskundige uit februari 2009 betrekking had op het maatmanloon en niet op het dagloon. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
De uitspraak bevestigt de juiste toepassing van de wet- en regelgeving omtrent de vaststelling van het dagloon in WIA-zaken en benadrukt het belang van correcte medische en arbeidskundige onderbouwing.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweede besluit over de vaststelling van het dagloon wordt ongegrond verklaard en het eerste besluit en de eerdere uitspraak worden vernietigd.