ECLI:NL:CRVB:2012:BY5968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- E.J. Govaers
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gezamenlijke huishouding en recht op bijstand over periode 1998-2009
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Roermond inzake de intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van 1 juni 1998 tot 22 september 2009. Centraal staat de vraag of appellant een gezamenlijke huishouding voerde met betrokkene en daarmee recht had op bijstand naar de norm voor gehuwden of alleenstaanden.
De Raad oordeelt dat appellant over de periode van 1 juni 1998 tot 12 augustus 2008 geen gezamenlijke huishouding voerde met betrokkene, maar wel met een andere persoon, waardoor de intrekking van bijstand over die periode onterecht was. Over de periode van 12 augustus 2008 tot 18 augustus 2009 had appellant geen recht op bijstand als alleenstaande omdat hij toen wel een gezamenlijke huishouding voerde met betrokkene. De terugvordering van bijstandskosten over 1 juni 1998 tot 7 juli 2009 wordt bevestigd vanwege schending van de inlichtingenplicht en het ontbreken van bewijs voor aanvullende bijstand.
Verder wordt het beroep tegen de afwijzing van de nieuwe aanvraag bijstand over 21 juli 2009 tot 22 september 2009 afgewezen omdat appellant zijn woonadres niet aannemelijk heeft gemaakt. De Raad veroordeelt het college in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De aangevallen uitspraken worden deels vernietigd en deels bevestigd.
Uitkomst: Intrekking bijstand over 1998-2008 vernietigd, intrekking over 2008-2009 bevestigd, terugvordering en afwijzing nieuwe aanvraag gehandhaafd.