ECLI:NL:CRVB:2012:BY5932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen zonder deugdelijke grond
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen vernietigde. De loonsanctie hield in dat de werkgever het recht op loon tijdens ziekte met 52 weken werd verlengd omdat de werkgever onvoldoende inspanningen had verricht om de werknemer te re-integreren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen zorgvuldig zijn opgesteld en overtuigend aantonen dat de re-integratie-inspanningen in het tweede spoor onvoldoende waren zonder dat daarvoor een deugdelijke grond bestond. De Raad stelt vast dat de werkgever terecht verantwoordelijk werd gehouden voor de re-integratie en dat de medische klachten van de werknemer, waaronder black-outs, geen reden vormden om het traject stop te zetten.
Ook het verzoek om verkorting van de loonsanctie werd afgewezen omdat de tekortkomingen in de re-integratie-inspanningen niet waren hersteld. De Raad verklaart de eerdere uitspraak van de rechtbank niet-ontvankelijk wegens relatieve incompetentie maar verklaart deze voor gedekt en behandelt de zaak inhoudelijk. De loonsanctie wordt gehandhaafd en de beroepen worden ongegrond verklaard.
De Raad wijst verder op het belang van voldoende concrete re-integratieactiviteiten en benadrukt dat vertrouwen op het medisch oordeel van de bedrijfsarts niet ontslaat van de verantwoordelijkheid voor re-integratie. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd en het verzoek tot verkorting afgewezen.