ECLI:NL:CRVB:2012:BY5929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel arbeidsongeschiktheid bakker
Appellant was werkzaam als bakker en meldde zich wegens rug- en nekklachten ziek vanuit een uitkeringssituatie. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe. Later beëindigde het UWV deze uitkering omdat appellant volgens medische beoordeling niet meer ongeschikt was voor zijn arbeid.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank. De verzekeringsartsen stelden op basis van onderzoeken en informatie van de behandelend neuroloog vast dat de gezondheidstoestand van appellant was verbeterd en dat er geen medisch objectieve belemmering meer was om zijn werk als bakker te verrichten.
Appellant bracht nadere medische informatie in, waaronder MRI-uitslagen, maar deze konden het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts niet veranderen. De Raad oordeelde dat de medische gegevens geen reden vormden voor een ander oordeel of een aanvullend medisch onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering en verwierp het hoger beroep van appellant. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant niet langer arbeidsongeschikt is.