ECLI:NL:CRVB:2012:BY5728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bijzondere bijstand voor huurdoorbetaling tijdens detentie
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en vroeg bijzondere bijstand aan voor doorbetaling van huur tijdens haar detentie van november 2010 tot maart 2011. Het college kende bijzondere bijstand toe voor de huur van januari en februari 2011, maar wees de aanvraag voor november en december 2010 af omdat de huur over die maanden was voldaan via een lening en er geen dringende redenen waren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat bijzondere bijstand voor schulden niet mogelijk is zonder acute noodsituatie of zeer dringende redenen. Appellante stelde in hoger beroep dat er wel sprake was van een acute noodsituatie omdat haar woning anders ontruimd zou worden en dat zij door late behandeling van haar aanvraag genoodzaakt was geld te lenen.
De Raad oordeelde dat artikel 13 lid 1 onder Pro g WWB inderdaad bijstandsverlening voor schulden uitsluit wanneer middelen beschikbaar zijn om in noodzakelijke kosten te voorzien. De Raad verduidelijkte dat afwijking van deze regel alleen mogelijk is op grond van artikel 49 WWB Pro, dat bijzondere bijstand voor schulden onder strikte voorwaarden toelaat. Er waren geen zeer dringende redenen aanwezig om bijzondere bijstand toe te kennen voor de huur over november en december 2010.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen bijzondere bijstand wordt toegekend voor huur over november en december 2010 wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.