ECLI:NL:CRVB:2012:BY5632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over arbeidskundige beoordeling bij toegenomen arbeidsongeschiktheid in WAO-zaken
Betrokkene, sinds 1974 werkzaam als arbeider, ontvangt sinds 1976 een WAO-uitkering met een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Na melding van toegenomen klachten in 2005 weigerde appellant een herziening van de uitkering toe te kennen, omdat geen toename van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld binnen de wettelijke termijnen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit wegens het ontbreken van een eigen medisch onderzoek en onvoldoende motivering.
In hoger beroep stelde appellant dat een medisch onderzoek door het bevoegde Spaanse orgaan had plaatsgevonden en dat artikel 37, tweede lid van de WAO van toepassing was, waardoor afzien van een arbeidskundige beoordeling gerechtvaardigd zou zijn. Betrokkene betwistte dit en verzocht om een arbeidskundige beoordeling en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit onjuist was gebaseerd op artikel 39a van de WAO en dat het medisch onderzoek door het Spaanse orgaan adequaat was. Echter, vanwege het ontbreken van een arbeidskundige beoordeling, die noodzakelijk is om toename van arbeidsongeschiktheid op arbeidskundige gronden te beoordelen, wordt het besluit vernietigd. Appellant wordt opgedragen binnen acht weken een arbeidskundige rapportage op te stellen waarin de beperkingen per 28 december 2005 worden vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst en de toename van arbeidsongeschiktheid wordt beoordeeld.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en appellant wordt opgedragen binnen acht weken een arbeidskundige beoordeling uit te voeren.