ECLI:NL:CRVB:2012:BY5453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Wajong-uitkering wegens verblijf in het buitenland zonder zwaarwegende redenen
Appellant ontving sinds 2005 een Wajong-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2009 vertrok hij naar Slovenië en gaf dit aan het UWV door. Het UWV schortte en herstelde de uitkering, maar trok deze uiteindelijk per 1 april 2010 in vanwege het verblijf in het buitenland zonder zwaarwegende redenen.
Appellant voerde aan dat hij niet wilde verhuizen maar op vakantie was en dat hij vanwege financiële problemen niet kon terugkeren. Hij stelde dat medische en sociale omstandigheden, zoals rugklachten en verzorgingsbehoefte, zwaarwegende redenen vormden. De verzekeringsarts vond dit niet aannemelijk en de rechtbank oordeelde dat de verhuizing een persoonlijke keuze was zonder objectieve noodzaak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De stopzetting van de uitkering leidt niet tot een onbillijkheid van overwegende aard. De appellant kon vrij kiezen om naar Slovenië te verhuizen en het besluit schendt artikel 8 EVRM Pro niet. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat geen uitzonderlijke omstandigheden zijn aangetoond.
Uitkomst: De intrekking van de Wajong-uitkering wegens verblijf in Slovenië zonder zwaarwegende redenen wordt bevestigd.