ECLI:NL:CRVB:2012:BY5451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herziening besluit terugvordering bijstand wegens onvoldoende feitelijke grondslag
Appellant ontving vanaf december 2005 bijstand, maar het college stelde een onderzoek in vanwege vermoedens van niet opgegeven inkomsten uit werkzaamheden. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures herzag het college de bijstand en vorderde kosten terug op basis van verklaringen van appellant over kluswerkzaamheden van 2006 tot 2008.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar appellant stelde in hoger beroep dat het besluit in strijd was met het vertrouwensbeginsel en dat de terugvordering onjuist was berekend. De Raad oordeelde dat het college terecht een ander besluit nam op basis van nieuwe feiten en dat er geen sprake was van een gerechtvaardigde verwachting.
Wel concludeerde de Raad dat voor de periode van 1 januari 2006 tot 1 juli 2006 onvoldoende feitelijke grondslag bestaat voor de herziening en terugvordering. Daarom vernietigt de Raad dit deel van het besluit en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen over de periode van 1 juli 2006 tot 1 januari 2008, inclusief een beslissing over de kostenvergoeding in bezwaar.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand over 1 januari 2006 tot 1 juli 2006 wordt vernietigd en het college krijgt opdracht een nieuw besluit te nemen over de periode 1 juli 2006 tot 1 januari 2008.