ECLI:NL:CRVB:2012:BY4313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke verlaging bijstand wegens verwijtbaar niet behouden van arbeid
Appellant was werkzaam via een uitzendbureau en werd ontslagen nadat hij zijn rijbewijs verloor, wat noodzakelijk was voor zijn werkzaamheden. Hij vroeg bijstand aan, maar het college legde een maatregel op waarbij de bijstand tijdelijk met 20% werd verlaagd vanwege verwijtbaar gedrag.
Appellant betwistte dat het verlies van het rijbewijs de oorzaak van ontslag was en stelde dat het college onjuiste informatie had gebruikt en zijn inkomensbeheerder niet had gehoord. De Raad onderzocht de feiten, waaronder verklaringen van het uitzendbureau en intakegesprekken, en concludeerde dat het verlies van het rijbewijs wel degelijk de directe aanleiding voor ontslag was.
De Raad oordeelde dat het college terecht een maatregel oplegde conform de verordening, waarbij de verlaging werd gematigd tot 20% vanwege de omstandigheden. Er waren geen dringende redenen om van de maatregel af te zien en appellant had onvoldoende onderbouwd dat de maatregel disproportionele gevolgen had. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De tijdelijke verlaging van de bijstand met 20% gedurende een maand wordt bevestigd wegens verwijtbaar niet behouden van arbeid.