ECLI:NL:CRVB:2012:BY4034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding bijdrage Zvw op pensioen voor zorg in woonland Frankrijk
Appellant, woonachtig in Frankrijk en uitsluitend gerechtigd tot een Nederlands pensioen, maakte bezwaar tegen de inhouding van een bijdrage op zijn pensioen door het College voor zorgverzekeringen (Cvz) voor zorgkosten in Frankrijk. Hij stelde dat hij recht had op zorg via het Franse wettelijke stelsel en dat de heffing van de bijdrage daarom niet terecht was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd meegewogen dat appellant geen eigen recht op zorg in Frankrijk had op grond van een pensioen of arbeid, en dat het formulier E-121 van het Franse bevoegde orgaan dit niet ondersteunde. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij premies had betaald aan het Franse ziektekostenstelsel en dat de toepassing van artikel 28 van Pro Verordening 1408/71 daarom moest worden uitgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat Nederland als pensioenland verantwoordelijk is voor de zorgkosten in het woonland en dat de bijdrage op het pensioen terecht wordt ingehouden op grond van artikel 69 van Pro de Zvw in verbinding met artikel 33 van Pro Vo 1408/71. Het feit dat appellant premies betaalde in Frankrijk betekent niet dat Nederland de bijdrage niet mag heffen; terugvordering van die premies moet appellant in Frankrijk zoeken. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de inhouding van de bijdrage op het pensioen van appellant voor zorg in Frankrijk.