ECLI:NL:CRVB:2012:BY3904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid
Appellante, voormalig chauffeur personenvervoer, viel in 2005 uit wegens gewrichtsklachten. Het UWV weigerde haar in 2007 een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was en zij geschikt werd geacht voor passende arbeid. Na meerdere ziekmeldingen stelde het UWV in 2010 vast dat zij geen recht meer had op Ziektewetuitkering. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door het UWV en de rechtbank.
In hoger beroep betoogt appellante dat haar poly-artrose en toegenomen klachten haar beperkingen verergeren. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, waarbij zowel verzekeringsarts als bezwaarverzekeringsarts haar lichamelijk en psychisch onderzochten, inclusief een hoorzitting en overleg met haar huisarts. De artsen concludeerden dat zij geschikt is voor de functie van receptionist/baliemedewerker.
Appellante heeft geen nieuwe medische informatie overgelegd die het oordeel van het UWV en de artsen onderbouwt. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, wijst het hoger beroep af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.